Het Platform Beroepsonderwijs heeft het initiatief genomen om het onderwerp Sociale Innovatie beter op de agenda van het beroepsonderwijs te zetten.
Het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie constateerde al eerder dat het beroepsonderwijs achterblijft op dit punt. HPBO ontvangt ook nauwelijks innovatievoorstellen in het kader van sociale innovatie, terwijl er toch genoeg aanknopingspunten zijn om innovaties op dit terrein te doen. Reden om een bijeenkomst te organiseren voor vernieuwers van het beroepsonderwijs, met de bedoeling te inventariseren of ideeën over sociale innovatie vertaald kunnen worden in een innovatiearrangement. Later dit jaar vindt een bijeenkomst plaats voor beleidsmakers en belanghebbenden van verschillende brancheorganisaties om het onderwerp breder te agenderen.
Sociale innovatie wordt meestal vertaald in ‘slimmer werken’; in het anders, efficiënter inrichten van bedrijfsprocessen, waar zowel het bedrijf als de medewerker wel bij vaart. Sociale innovatie is geen vrijblijvende nieuwe hype. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat technologische vernieuwing zonder sociale innovatie maar al te vaak een verloren investering is. Voor het functioneren van de kenniseconomie is sociale innovatie dus onontbeerlijk. De insteek van HPBO is echter een iets andere, passend bij zijn werkwijze die er op gericht is de innovatiekracht van de onderwijsinstellingen te versterken. Dat doet het platform o.a. door te stimuleren dat de samenwerkingsverbanden die projectaanvragen indienen, zelf sturen op het versterken van de vijf condities die succesvol innoveren bevorderen: de zogenaamde vijf sleutels: eigenaarschap, inspirerend concept, heldere doelen en resultaten, professionele aanpak en lerend vermogen.
Gebleken is namelijk dat innovaties succesvol zijn wanneer sprake is van eigenaarschap bij alle betrokken partijen, op alle niveaus (de innovatie is van ons allemaal), wanneer de innovatie inspirerend is en voldoende uitdaging en perspectief biedt, wanneer doelen en resultaten en effecten helder zijn geformuleerd, wanneer het project professioneel wordt uitgevoerd (voldoende ruimte en tijd en inzet personeel) en wanneer men leert van het innoveren, zowel van wat goed is gegaan als van wat niet goed is gegaan. Experimenteren is per slot van rekening handelen, onderzoeken en leren. De condities zijn vastgesteld op basis van literatuuronderzoek en ervaringen uit de kenniskringen die rond innovatiearrangementen zijn opgericht. Onderzoek heeft ook uitgewezen dat alle condities onderling samenhangen en even belangrijk zijn.
Op het eerste gezicht lijken de condities voor succesvol innoveren tamelijk voor de hand liggend. Maar kijkend naar de vele projecten die in het kader van de regeling Innovatiearrangement worden uitgevoerd, blijkt het in de praktijk niet eenvoudig om op alle sleutels hoog te scoren. Tijdens de auditgesprekken komt niet zelden naar voren dat de innovatie die men aan het doen is, wel leeft bij de projectleiding, maar veel minder bij degenen die er op de werkvloer mee bezig zijn, laat staan bij de bedrijven die bij het project zijn betrokken (eigenaarschap). Daarnaast constateert men regelmatig dat docenten te weinig ruimte en tijd krijgen voor hun ontwikkelwerk (professionele aanpak) of dat men onvoldoende oog heeft voor onderzoek naar de kwalitatieve en kwantitatieve effecten van wat men wil bereiken (lerend vermogen).



