Voortijdig schoolverlaten onderzocht

‘Niemand houdt van ze…’.

Gisteren hield Pieter Winsemius in de Aula van de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam de negende Kohnstammlezing. Winsemius is lid van een team dat binnen de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onderzoek doet naar de oorzaken van voortijdig schoolverlaten. Het onderzoek moet leiden tot een advies aan de regering over deze problematiek.
De afgelopen jaren is er enige vooruitgang in de bestrijding van dit ongewenste fenomeen. Maar is iedereen het er over eens dat de dik 50.000 leerlingen die jaarlijks voortijdig het (v)mbo verlaten er veel te veel zijn.

De woorden aan het begin zijn van een schooldirecteur die de leden van het onderzoeksteam op bezoek kreeg. Ze slaan op de grote groep leerlingen die voortijdig de school verlaten en waar de maatschappij de grip op kwijt is geraakt.

Maar over wie hebben we het eigenlijk? Wie zijn die leerlingen die uitvallen en de maatschappelijke boot dreigen te missen?

Ton Eimers, een onderzoeker uit Nijmegen herkent drie groepen uitvallers:

1. De ‘opstappers’. Ze verlaten de school wanneer leren minder aantrekkelijk voor ze is dan werken. Opstappers kiezen ervoor om geld te verdienen, en laten het onderwijs (tijdelijk?) voor wat het is.
2. De “niet-kunners”. Voor hen is de traditionele leerweg te moeilijk. Misschien dat de ‘niet-kunners’ via alternatieve leerroutes uiteindelijk toch nog op hun plek komen.
3. De “overbelasten”. De grootste en de meest problematische groep. Tussen de 50 en 70 procent van de uitvallers behoort er toe. De groep die vaak door structurele sociale en emotionele problemen zich gedwongen voelt af te haken. Ondanks het feit dat ze misschien best in staat zijn om een startkwalificatie te behalen.

Winsemius geeft in zijn lezing ook een paar punten die belangrijk zijn bij het zoeken naar de juiste oplossingen. Allereerst stel hij vast dat voortijdig schoolverlaten geen allochtonenprobleem is. Ten tweede is schooluitval is een grote stadsprobleem, in de drie grote steden de helft hoger dan gemiddeld in de rest van Nederland. Tot slot is voortijdig schoolverlaten ook een armoedeprobleem.

De kern van het betoog van Winsemius is dat zolang de we schooluitval als een schoolprobleem blijven beschouwen we een werkelijke oplossing kunnen vergeten.
De school is namelijk slechts een (beperkt) deel van de leefwereld van de jongeren. Die leefwereld valt volgens Winsemius onder te verdelen in drie ‘ruimten’: thuis, school en de ‘derdenruimte’. De laatste ruimte is alles wat niet thuis of school is: de buurt, het sportveld, het werk, de virtuele wereld van het Internet. En vooral in de ‘derdenruimte’ lopen de ‘overbelasten de kans te verdwalen in activiteiten die er voor zorgen dat in ieder geval de ruimte van de school niet meer bezocht wordt.
Door alle problemen, slechte huisvesting, drugs, criminaliteit, schulden zijn ze niet in staat om tegenslag het hoofd te kunnen bieden. Het gevolg is dat ze ontsporen en verloren zijn voor het onderwijs.

Wat te doen?
De onderzoekers van de WRR concluderen dat het er om gaat om de ‘opstappers’ vast te houden, om de kansen van de ‘niet-kunners’ te optimaliseren en de om ‘overbelasten’ op een manier te begeleiden die er voor zorgt dat ze niet ontsporen.
In gesprekken met docenten kwam steeds hetzelfde verhaal naar voren: het gaat om structuur plus verbondenheid.
Een praktijkleraar vroeg aan de onderzoekers van de WRR: ‘Weet je wat mijn grootste probleem is?’ ‘Om ze hier om acht uur binnen te hebben.’ De leraar voegde er wel aan toe dat als ze stage lopen ze altijd ‘puntgaaf’ op tijd zijn en als die baas zegt: bij ons mag je maar één ringetje in je oor hebben, dan zijn de volgende dag de drie andere eruit.

Ook het belang van verbondenheid, het gevoel van ‘erbij horen’ is essentieel.
Winsemius zegt hierover: “Verbondenheid vertaalt zich in de veerkracht en het doorzettingsvermogen die vereist zijn om met tegenslag om te gaan. Docenten en andere ondersteuners – conciërges bijvoorbeeld – stappen daarom in het gat dat de directe omgeving van de jongeren laat vallen. Ze doen dat omdat iemand het moet doen; lesgeven is anders een holle farce”

Het onderzoek van de WRR levert vooralsnog drie zoekrichtingen op waarlangs oplossingen voor het probleem van de uitval gezocht gaan worden. Het beperken van de segregatie, het verlengen en verbreden van het vmbo, en het vergroten van de bestuurskracht.

Over het beperken van de segregatie in het haalt Winsemius in zijn toespraak de socioloog dr. Bowen Paulle aan. Paulle heeft aangetoond dat wanneer het percentage ‘overbelasten’ niet boven de dertig procent uitkomt in een klas de ‘slechten’ zich aan de ‘goeden’ optrekken.

Ook het verlengen van de vmbo route met bijvoorbeeld twee jaren en leerlingen op die manier in hun eigen vertrouwde omgeving een niveau 1 of niveau 2 MBO diploma te laten behalen wordt als een mogelijke oplossingsrichting gezien. Tenslotte de bestuurskracht die nodig is om de huidige drempels weg te nemen en de slagvaardigheid te vergroten.

Het advies van de onderzoekgroep van de WRR aan de regering is over ongeveer een half jaar te verwachten.

Winsemius vraag ons mee te denken over mogelijke oplossingen.

Laten we dat doen: op Zapgeneratie.nl!

En, o ja! Zou Winsemius de Dag van Leerplicht rap al gehoord en gezien hebben?

Stuur door naar een relatie

4 reacties op “Voortijdig schoolverlaten onderzocht”

  • Over dit onderwerp (voortijdig schoolverlaten) heb ik laatst een artikeltje geschreven, met een mogelijke oplossing. Helaas kan ik het niet hierbij doen, maar als jullie mij een mailadres laten weten, dan verzend ik het.

  • Het zou ook aardig zijn om een mogelijke oplossing te plaatsen als gastcolumn. Kunnen we het met iedereen delen.

  • Wat doen we eraan? Daar gaat het uiteindelijk om. Wat dat betreft vind ik de analyses van Bowen Paulle  Angst op school en Helpen normen en waarden? dichter bij een oplossing komen dan die van Winsemius.

  •  Sociologische onderzoekers zijn te afhankelijk van de bereidwilligheid van de scholen om aan een onderzoek mee te werken.
    Met gevolg dat de  onderzoekers niet het gene beschrijven wat de scholen niet willen tonen.
    Dit is de oorzaak dat veel onderzoeken tientallen jaren nooit een goed beeld hebben gegeven van de werkelijke oorzaak naar ongewenst leerlingengedrag.
    De meeste eindrapporten werden door de opdrachtgever nooit op volledigheid getoetst.
    De opdrachtgever had ook niet altijd een belang bij een volledig rapport.
    Er zijn nu veel onderzoekrapporten waar overduidelijk kan worden aangetoond dat één of meer van de belangrijkste onderzoeksgebieden helemaal of bijna niet  beschreven werd.
    Deze rapporten geven alleen maar een verwarrend beeld.

Reageer

(zal niet zichtbaar zijn)

Als u uw reactie geplaatst heeft kunt u de reactie nog 30 minuten aanpassen. Klik hiervoor op "Bewerk reactie".

Vorige artikel:
Volgende artikel:

Laatste reacties

eventbuzz

MasterClass Presenteren met Overtuiging, Hart & Kracht

Training | Essential

MASTERCLASS: PRESENTEREN MET OVERTUIGING, KRACHT EN HART Als presentator is het onontbeerlijk om jouw toehoorders te overtuigen, hen in hun hart te raken en hen in beweging te brengen....

ManagementSite Netwerk

Over Zapgeneratie.nl

Onderwijs en werk: best en bad practices. Voor iedereen die te maken heeft met de Zapgeneratie.