Jongeren en taal
Van het weekend bezig geweest om een grappig gesprek te volgen van twee zappers. Over dissen, doekoe, 20K, PKen, brb, omg, wtf. Een mengeling van Engels en Nederlands, verkorte woorden, “game slang”, multi culti taal. Enfin ik was het spoor al gauw bijster. Ik moest denken aan Johan Cruijff en zijn beroemde klassiekers in het gebruik van de Nederlandse taal. Een vorm van taalgebruik dat zelfs heeft geleid tot intellectuele bespiegelingen en heuse boekwerkjes. Terug naar het gesprek met de zappers. Ik versta ze dus niet goed, maar is dat erg? Ik vraag mij af welke verbinding er eigenlijk is tussen jongerencultuur en taal? Hoe verloopt taalontwikkeling? Zullen deze zappers met hun “nieuwe” taal later wel succesvol zijn? Leidt dit tot structurele problemen? Hebben jullie dat nou ook? Teveel vragen voor een artikel.
Een dag later las ik de lezing van de meest invloedrijke man van Nederland, de heer Alexander Rinnooy Kan. Op 26 maart j.l. gaf hij de zogeheten Hofstadlezing onder de noemer “het gesproken woord geldt”
Ten aanzien van de taalontwikkeling van mensen schetst hij het sombere beeld van de problematieken van taalachterstanden. Een opgelopen taalachterstand op 4 jarige leeftijd vergroot de kans op werkloosheid op latere leeftijd. In het denken over de ontwikkeling van de Nederlandse kenniseconomie is het natuurlijk niet te accepteren dat grote groepen jongeren in een dergelijk kansloze situatie belanden.
De gekozen oplossing ziet hij vooral in de rol van voorschoolse educatie. Hoewel een begrijpelijke denkrichting zijn er meer mogelijkheden om met name jongeren met taalachterstanden te helpen.
Ik noem hierbij:
1. Remeadial onderwijs 2. Multimediaal ondersteunend onderwijs 3. Integratief taalonderwijs (bijvoorbeeld in beroepsopleidingen waar iedere docent een belangrijke rol zou moeten spelen in taalontwikkeling)
Als laatste mogelijkheid wil ik hier ook noemen de taalondersteuning bij ouders en verzorgers. Aan de basis beginnen dus. Dit sluit ook goed aan op een van de stellingen van de heer Rinnooy Kan; de sociale achtergrond blijkt helaas nog altijd een goede voorspeller te zijn van het succes of falen in de onderwijscarriere. Gek eigenlijk.
Ik vind het een sterke lezing van de heer Rinnooy Kan.
De verbinding van het gesprek en de lezing is de taal. Van een volstrekt onbegrijpelijk gesprek (“help ik versta ze niet”) naar de wereld van taalontwikkeling, taalachterstanden en onderwijs. Iedere dag zijn jongeren met taal bezig. Spreken, schrijven, luisteren, lezen, noem maar op. Binnen de cultuur en de sub-culturen ontwikkelt taal zich verder. Dat is altijd al zo geweest. We komen van de eerst bekende Nederlandse zin “Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu” tot het hedendaagse taalgebruik. Dit zal gewoon door blijven gaan. Taal verandert. Johan zou zeggen; da’s logisch toch dat jij hun af en toe niet verstaat.




