Koning Willem 1 College gooit het roer volledig om
Coen Free is algemeen directeur van het Regionaal Opleidingen Centrum Koning Willem I College in Den Bosch. Van zijn hand verscheen eind augustus een manifest met de aansprekende titel “Koning Willem I College gooi het MBO-roer volledig om” . Met als ondertitel “Nieuwe koers voor het ROC.”
Nu staat Coen Free altijd garant voor pittige uitspraken die gebaseerd zijn op een heldere visie op de toekomst van het (middelbaar) beroepsonderwijs in Nederland.
Zo concludeert hij in 2004 in zijn pamflet “De lerende mens in de 21e eeuw” :
“Het innovatief gebruik van technologie en het aansluiten op de leervaardigheden
en leerstijl van de internetgeneratie zal een enorme invloed hebben op de
didactiek, de pedagogie, de inhoud en de structuur van het onderwijs. De school
als instituut en als organisatie zal daarmee ook herontworpen moeten worden.
Dit alles vereist, om de toekomst van de BV Nederland te garanderen, moedige
keuzes, los van opportunisme, eigenbelang en partijpolitiek. De landen die in de
21e eeuw tot bloei zullen komen en hun burgers een menswaardig bestaan
kunnen bieden, zijn de landen die hun onderwijssystemen aanpassen aan de
plaats- en tijdloze samenleving. Niet voortbouwend op oude concepten, maar
uitgaande van een totaal nieuwe situatie.”
Klare taal lijkt me. Een oproep tot een energieke, gezamenlijke, onconventionele aanpak die boven partijen staat en niet gehinderd wordt door achterkamertjespolitiek, gekissebis, troeven afvangen en elkaar zwarte pieten toespelen.
En nu dus het manifest. Om maar meteen met de deur in huis te vallen. Free is niet echt blij met de huidige ontwikkelingen in het MBO. Als lezer van Zapgeneratie weet u inmiddels dat in 2010 het MBO onderwijs in Nederland volgens een nieuwe kwalificatiestructuuur wordt aangeboden. Doel van dit “herontwerp” is om een meer op de eisen van deze tijd toegesneden vorm vam middelbaar beroepsonderwijs te verkrijgen.
Maar de vraag is natuurlijk: wat komt daar van terecht?
Free geeft in zijn manifest een paar voorbeelden.
Op dit moment zijn er maar liefst 700 beroepskwalificaties in het MBO. Niemand die door de bomen het bos nog ziet. De nieuwe kwalificatiestructuur moet soelaas bieden. Stand van zaken op dit moment?
Er zijn inmiddels zo een 900 uitstroomdifferentiaties beschreven in vaak vuistdikke, lastig leesbare kwalificatiedossiers. Of dit een verbetering is ten opzicht van de oude situatie is valt te betwijfelen.
Ook geeft Free aan dat de beeldvorming bij het publiek voor wat betreft het MBO over het algemeen niet positief is. Er wordt in de media veel aandacht besteed aan de groepen in het MBO die veel begeleiding nodig hebben en uit het onderwijs dreigen te vallen. Coen Free zegt er onder andere het volgende over:
Hét MBO wordt vooral geassocieerd met moeilijke jongeren, laag niveau, zwakke taal- en rekenvaardigheid, slecht onderwijs en veel drop-outs. Dat ROC’s, tegen alle verdrukkingen in, ook uitstekend gekwalificeerde vakmensen op niveau 4 afleveren, dat 60% van die leerlingen toch doorstroomt naar het HBO en dat er met zeer moeilijke doelgroepen al zeer spectaculaire successen worden geboekt, staat bij haast niemand op het netvlies.
De oplossing volgens Free? Back to the future, zoals hij zelf aangeeft. Het Koning Willem I College kiest voor heldere positionering en doelgroepenbeleid in het MBO. Dit is (een deel van) de aanpak:
De vierlagige kwalificatiestructuur wordt verlaten en de opleidingen van het Koning Willem I College worden in min of meer op zichzelf staande subsystemen gegroepeerd.
-De Primaire BeroepsOpleidingen, voorheen niveau 1, hebben vooral een sociaal-integratieve functie en leiden op voor een diploma of vakcertificaat, gericht op eenvoudige beroepen van de arbeidsmarkt. Via een speciale pedagogisch-didactische aanpak in kleine groepen, veel aandacht voor sociale vaardigheden, sport en spel en de broodnodige aandacht voor rekenen, Nederlandse taal en computervaardigheden, moeten zoveel mogelijk leerlingen van deze doelgroep de overstap kunnen maken naar Middelbare Vakopleidingen.
-De Middelbare VakOpleidingen (niveau 2 en 3), leiden op voor een diploma, op basis van de drieslag leerling – gezel – meester. Het zijn functiegerichte vakopleidingen, die het bedrijfsleven de eigentijdse, hoogwaardige vak- en ambachtslieden levert naar wie het zo snakt. Naast gerichte aandacht voor een behoorlijke taalvaardigheid (Nederlands en een Vreemde Taal), rekenvaardigheid en sociale vaardigheden, is er vooral veel aandacht voor doelgerichte vakspecifieke kennis en vaardigheden.
-De naam MBO reserveren we exclusief voor die opleidingen die recht geven op doorstroming naar het HBO (niveau 4) . Het dubbelkwalificerende Middelbaar BeroepsOnderwijs, leidt jonge mensen op voor functies op minimaal middenkaderniveau, die tevens de ambitie, kwaliteiten en kennis hebben om succesvol door te stromen naar het Hoger Onderwijs.
Free pleit voor een heldere positionering van het MBO, gericht op de verschillende doegroepen, daarbij rechtdoend aan de specifieke kenmerken van deze doelgroepen.
In 1996, bij de invoering van de Wet Educatie Beroepsonderwijs was de bedoeling dat er, net als in de Verenigde Staten, Community Colleges zouden ontstaan die in de regio een belangrijke maatschappelijke functie zouden krijgen op het gebied van beroepsonderwijs, trainingen en maatschappelijke vorming. Free vindt dat de huidige ROC’s eigenlijk nooit aan dat beeld hebben kunnen voldoen.
Gaat dat met deze aanpak wel lukken?
Ik ben benieuwd of de aanpak van het Koning Willem I College navolging krijgt en wat het losmaakt in MBO land. Dat er met dit manifest stof tot discussie wordt geboden lijkt me wel zeker.




1 reactie op “Het uitgangspunt is kwaliteit, eenvoud en transparantie.”
Coen Free geeft in ieder geval stof tot nadenken. Durft stelling te nemen en laat een eigen geluid horen. In de jaren 90 was het de oorspronkelijke bedoeling om het aantal "kwalificaties" (zeg maar verschillende soorten opleidingen) terug te brengen. Bredere beroepsopleidingen die een antwoord moesten geven op de uitdagingen in de zich ontwikkelende economie. Met name grote(re) werkgevers zaten (en zitten) niet te wachten op specifieke, bijna functiegerichte opleidingen, maar zoeken goed opgeleide, flexibele werknemers. Coen Free heeft gelijk dat deze oorspronkelijke opzet tot nog toe min of meer mislukt is. Veel bedrijven, branche organisaties, maar ook onderwijsinstellingen hebben zich laten verleiden om vooral naar hun eigen navel te staren.