Ik heb een erg lieve buurvrouw. De plantjes zijn voorzien van hun dagelijkse behoefte, er is op het huis gepast en de post ligt keurig gesorteerd in een hoekje. Weer thuis. Ik was weliswaar even op reces, maar gelukkig draait de wereld dan gewoon door. De stapel rekeningen is de op één na hoogste stapel. De kranten winnen. Ook in mijn aanpak. Na de eerste ronde door het huis om te kijken of alles écht nog hetzelfde is, nestel ik mij aan de tafel met een pilsje en een grote stapel kranten om te kijken wat de afgelopen 4 weken aan nieuwsfeiten heeft opgeleverd.
- Meer spijbelrechters
- gebrek aan professionaliteit onder leraren (Leo Prick)
- studiekeuzes
- OV-kaarten in het MBO
- 115 miljoen voor reken- en taalonderwijs
- Meisjes en technische beroepen
- Te kleine basisscholen en wat het CDA daaraan denkt te doen (anders dan gezinsplanning)
- De examens (en de blunders in de opgave Nederlands!)
In mijn ooghoek zie ik ook nog ander nieuws voorbij komen, dat niet in de States tot mij was doorgedrongen: de profilering van Mariëtte Hamer, de rel rondom een mij onbekende cartoonist, de Nipkow-schijf voor Adriaan van Dis, het standpunt va het IOC over mensenrechten, en nog een aantal zaken, die inmiddels al weer achterhaald zijn.
Het beste nieuws hoor ik op de eerste de beste vergadering na mijn vakantie: het plan om een inburgeringstraject te ontwikkelen gekoppeld aan werk. Op het Schiphol College is het motto “Werken & Leren”. Op deze manier wordt dit motto vormgeven voor een doelgroep, die momenteel alleen via min of meer archaïsch vorm gegeven onderwijs wordt geschoold in Nederland-als-land-om-je-leven-inhoud-te-geven.
Alles bij elkaar geen oogst aan onderwijsnieuws, waarvan je denkt, dat er veel beweging zit in deze sector. Teleurstellend wel. Vóór ik op vakantie ging, hield de vraag mij bezig wat er met de uitkomsten van het onderzoek “Tijd voor Onderwijs” van de commissie Dijsselbloem werd gedaan.
Dit rapport gaf alle aanleiding om een aantal belangrijke beslissingen te nemen, die het onderwijsveld de ruimte zou gaan bieden voor eigen beleid op het terrein van onderwijs: leerlingen gelegenheid bieden om achterstanden te overwinnen; middelen voor vernieuwing van curriculae in het mbo en het hbo (lerarenopleiding!!); didactische vernieuwingen. Zomaar een greep uit de lijst van adviezen, die in het rapport zijn opgenomen. Maar wie gaat hierin het voortouw nemen? Het antwoord op deze vraag is tijdens mijn afwezigheid niet gekomen. Of mis ik iets? Het lijkt erop alsof de komkommertijd nú al is toegeslagen in de politiek.
Wie kan mij vertellen wat er nu uiteindelijk wordt gedaan met de aanbevelingen uit het rapport? De analyse van de onderwijssituatie door de commissie Dijsselbloem is een mogelijke start van een nieuwe periode voor het onderwijsveld. Een te belangrijk moment om zomaar tussen je vingers dor te laten glippen. Ik hoop oprecht, dat er een structurele aanpak wordt gevonden, die de problemen, zoals die in het rapport “Tijd voor onderwijs” zijn gesignaleerd, in samenhang met elkaar aanpakt. Daarmee is niet gezegd, dat de politiek direct met een pakket aan maatregelen moet komen, maar iemand moet de probleemeigenaar worden. Iemand is niet: “de” politiek. Het zou goed zijn om hieraan een naam te verbinden.




2 reacties op “Komkommertijd voor Dijselbloem”
Een naam verbinden wordt moeilijk. Volgens mij gaat het om een brede aanpak. Trek nooit aan een touwtje maar aan meerdere.
Eens! Daarvoor waren de adviezen ook te divers. Maar als ik in de commissie Dijsselbloem had gezeten, zou mijn focus zijn: wie doet er wat met al onze goede adviezen. Ik heb een beetje het gevoel, dat er veel instemming is met de onderzoeksresultaten, maar niemand zich verantwoordelijkvoelt voor het vervolgtraject. Dijsselbloem?