Excelleren is niet meer “vies”
Afgelopen maandag kwam Marja Van Bijsterveldt met een nieuw plan voor het onderwijs: een keurmerk voor excellente scholen.
Nadat een onafhankelijke jury een aantal criteria heeft bedacht voor het keurmerk, moeten de eerste scholen hun titel dit najaar al ontvangen. Zowel scholen in het primair als in het secundair onderwijs maken kans.
Bij het lezen van het nieuwtje moest ik denk ik net als velen denken aan vroeger. De tijd op de basis school. Kwam je met je schriftje naar voren bij de meester of de juf, hoopte je toch weer op een sticker.Â
Ook na het opdreunen van een tafel of het schrijven van één leesbare zin werd ik al beloond met een plaatje in mijn schrift.
Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat schoolbesturen, zich straks al ellebogend een weg banen naar de jury om zich voor de selectieprocedure aan te melden. En hoewel er misschien nog een handjevol fanatieke scholen zijn, dat op het keurmerk aast omwille van een betere reputatie onder ouders, kan ik me echt helemaal niets voorstellen bij de voorbeeldfunctie die de jury beoogt. Is het idee dat scholen, vervuld van jaloezie, zich plots tot ware strebertjes ontpoppen wanneer ze ontdekken dat de school verderop de ‘excellent’-status heeft bereikt? Verwacht de jury dat het keurmerk een zelfde belang zal gaan genieten, als beoordelingsfactoren als leerlingenaantallen en slagingspercentage?
Of het keurmerk nu een succes blijkt of niet, het fenomeen zal nog wel een tijdje bestaan. De minister heeft namelijk aangekondigd rond 2015 een aparte ‘excellent’-categorie te willen binnen het inspectiesysteem – naast de al bestaande beoordelingsniveaus van ‘zeer zwak’, ‘zwak’ en ‘voldoende’. Zoals het een volwaardig groepje uitmuntende scholiertjes betaamt, krijgen excellente scholen straks dus ook hun eigen hoogbegaafdenklasje.
Ik ben benieuwd. In afwachting verdient de minister wat mij betreft alvast een heel erg mooie glittersticker, voor haar onwaarschijnlijke innovativiteit



