Wat is er aan de hand aan de onderkant?

Kennisbank onderwerpen: Scholing en werk, Onderwijs

De onderkant van de arbeidsmarktmarkt is, wanneer ik de berichten in de kranten en tijdschriften mag geloven bijna synoniem voor werkloosheid, armoede en uitkeringsafhankelijkheid. Dit overigens in vel contrast wanneer we het hebben over de bovenkant van de markt en het nieuws over de onvervulbare vacatures. De werkelijkheid is zeer complex. Er is flink wat aan de hand op de arbeidsmarkt en juist als we het hebben over de mensen aan de onderkant van onze arbeidsmarkt. Vaak met weinig tot geen opleiding en al helemaal geen startkwalificatie.

Interessante trends

Welke maatregelen kunnen er worden genomen om de problemen het hoofd te bieden? In een artikel van Wim Schouten (adviseur, verbonden aan de Raad voor Werk en Inkomen) worden de volgende trends waargenomen:

  1. Er is sprake van polarisatie van de werkgelegenheid. Het ongeschoolde werk is al 10 jaar constant 7% van het aantal banen in Nederland. Met ongeschoold werk wordt dan bedoeld het werk dat bedoeld is voor wie na de basisschool geen enkele vorm van vervolgopleiding met succes heeft afgerond. Het aandeel van het hooggeschoold werk stijgt. Het laaggeschoold werk daalt (vmbo en mbo niveau 1).
  2. Het laaggeschoold werk verschuift van de industrie naar de dienstensector. Dit werk stelt eisen aan representativiteit en algemene en communicatieve vaardigheden. Mensen die aan deze eisen voldoen hebben over het algemeen doorgeleerd!
  3. Het aandeel van ongeschoolden in de bevolking neemt af, maar dat van laaggeschoolden is redelijk constant. Het aandeel van de ongeschoolden in de bevolking van 15 tot 65 jaar is de laatste 10 jaar gedaald van 14% naar 9%. Het aandeel laaggeschoolden is al jaren ongeveer 25%. Het mbo heeft een aandeel van rond de 40%>
  4. Doordat veel laag opgeleiden buiten de arbeidsmarkt staan, betekent uitbreiding van de arbeidsparticipatie tevens een groter aandeel laag opgeleiden in de beroepsbevolking. 38% Van de ongeschoolden in Nederland tussen de 15 en 65 jaar heeft een baan of zoekt een baan. Van de academici is dat percentage 84%! Aan de bovenkant doet dus bijna iedereen mee!!

Als ik bovenstaande trends zo bekijk moeten we als een gek aan de slag om het opleidingsniveau van de beroepsbevolking verhogen. Verhogen betekent dus ook een grotere participatie in onze maatschappij. Het probleem is ook dat er in Nederland niet zoveel ongeschoold werk meer is. Veel ongeschoold werk is verschoven naar de zogenaamde lage lonen landen. Veel ambachten zijn verloren gegaan, dit in tegenstelling tot de roep om het terugkeren van het ambacht. Bijvoorbeeld door het opzetten van de zogenaamde vakscholen in Nederland.

We staan volgens mij weer op een nieuw kruispunt in Nederland.

Stuur door naar een relatie

4 reacties op “Wat is er aan de hand aan de onderkant?”

  • Komt door het socialisme dat vind dat mensen niet te weinig mogen verdienen. Daardoor zijn er geen banen meer voor deze groep. Ze zouden bijvoorbeeld ook belasting voor de laagste inkomens kunnen afschaffen, in plaats van een hoog minimumloon.

    En deze banen zijn niet alleen naar lagelonenlanden gegaan. Ze zijn veelal gewoon verdwenen of vervangen door selfservice.
    Dat iedereen maar hoger opgeleid moet zijn is ook grote onzin! We hebben al teveel mensen met nutteloze kantoorbanen, het maakt alles hooguit meer en meer complex.

  • Ik ben het voor een belangrijk deel eens met de vorige reactie (van ‘change’). Ik denk niet dat de verbetering van de onderkant van de arbeidsmarkt ligt in het verhogen van het opleidingsniveau in dat segment: een ‘beter opgeleide’ vuilnisman is geen betere vuilnisman. Ik geloof dat er potentieel meer dan genoeg ongeschoold werk is, we moeten er alleen voor zorgen dat dat werk ook gedaan kan worden door ongeschoolden. De sleutel daarvoor zit in het minimumloon en in de fiscale behandeling - want anders wordt al het ongeschoolde werk of zwart, of alleen door jongelui gedaan, of door selfservice vervangen.

  • Reactie op de tweede bullet
    (werk verschuift naar dienstverlening)

    Velen vragen zich af waarom er steeds meer jonggehandicapten (wajongers) zijn met een uitkering die buiten het arbeidsproces staan.

    Sommigen denken dat dit komt doordat ADHD, licht autisme etc. ‘modeverschijnselen’  zijn die te snel gediagnostiseerd worden.

    Ik denk echter dat het vooral komt door veranderende eisen op de arbeidsmarkt.

    Feit is dat mensen met een lichte sociale handicap prima in de industrie terecht kunnen, maar vaker tegen hun beperktere sociale vaardigheden aanlopen in de dienstverlening. Ook heeft ‘kantoorwerk’  meer prikkels.

    Een simpel voorbeeld: iemand met ADHD kan niet goed functioneren in de tegenwoordig gangbare kantoortuin (teveel prikkels/afleiding), maar zou prima kunnen functioneren in een eigen kamer.

    Waar we dus ook naar moeten kijken is: hoe krijgen we mensen met goede brains, maar minder sterke contactuele eigenschappen of overgevoeligheid voor prikkels goed aan de slag.

  • @Martin, goed punt. Het is een enorme uitdaging om hier een goede invulling aan te geven. Je ziet overigens wel steeds meer ontwikkelingen mbt het ambacht.

Reageer

(zal niet zichtbaar zijn)

Als u uw reactie geplaatst heeft kunt u de reactie nog 30 minuten aanpassen. Klik hiervoor op "Bewerk reactie".

Vorige artikel:
Volgende artikel:

ManagementSite Netwerk

Over Zapgeneratie.nl

Onderwijs en werk: best en bad practices. Voor iedereen die te maken heeft met de Zapgeneratie.