Welk profiel heeft de voortijdig schoolverlater?

Het onderzoeksbureau Oberon heeft in opdracht van het Ministerie van OC&W een onderzoek uitgevoerd naar de belevingswereld van voortijdig schoolverlaters. Uit de samenvatting van het onderzoek een paar opvallende zaken.
De centrale onderzoeksvraag was: Waarom valt de ene leerling uit en de andere, in een vergelijkbare situatie, niet?

Het bureau interviewde 18 voortijdig schoolverlaters en 15 ‘vergelijkbare’ niet-voortijdig schoolverlaters. Vooraf werden  er acht risicosituaties gedefinieerd, te weten:
1. Probleemsituatie thuisDe jongere heeft een onrustig, onprettig of onveilig thuisklimaat.
2. Schoolklimaat/ pesten/ruziesDe jongere voelt zich niet thuis in het schoolklimaat. Hij wordt wellicht gepest en heeft ruzies met leerkrachten en/of leerlingen.
3. Schoolprestaties/verkeerde schoolkeuzeDe jongere heeft een opleiding gekozen die niet aansluit bij zijn capaciteiten of interesses. Hij ervaart problemen als tegenvallende prestaties, zittenblijven en/of  zakken voor het examen.
4. ArbeidsmarktgeoriënteerdDe jongere heeft een duidelijke en sterke beroepswens en wil zo snel mogelijk aan het werk of hij wil zo snel mogelijk geld gaan verdienen.
5. Niet-wetersDe jongere weet niet welke opleiding te gaan volgen.
6. ZorgverplichtingDe jongere heeft (of ervaart) een zorgverplichting. Bijv. jonge moeders, zorg voor partner of mantelzorg.
7. Primair ongemotiveerd
De jongere heeft geen motivatie en ambities op het vlak van het onderwijs. Hij is bijvoorbeeld gericht op louter plezier maken.
8. Strafrechtelijke achtergrondDe jongere heeft een licht criminele en/of strafrechtelijke achtergrond.

Uit de interviews kwamen 10 factoren naar voren waarom de ene jongere in een vergelijkbare situatie uit het onderwijs valt en de andere niet. Welke factoren zijn dat?

1. Jongeren zijn op zoek naar ‘hechting’.
Jongeren hechten aan persoonlijke aandacht en betrokkenheid vanuit de school.
2. Tijdig handelen, ook op de risicomomenten (de overgang tussen scholen of tussen onderwijs en overige voorzieningen).
3. Multi-problem gezinnen.
Het gaat hierbij om kinderen uit multi-problem gezinnen met gewelddadige ouders, misbruik, alcoholisme en dergelijke.
4. Specifieke psychologische kenmerken: locus of control (het gevoel zelf je leven te kunnen sturen), attributie en ambitie.
De jongeren die zich zelf kunnen reden hebben vergeleken bij de voortijdig schoolverlaters vaak een sterkere ‘locus of control’; minder externe attributie; hogere ambities en een duidelijker toekomstbeeld.
5. Specifieke sociaal-economische en etnische factoren: ambities en beperkte kennis en ondersteuning ouders.
In het onderzoek ging het relatief vaak om jongeren met laag opgeleide ouders. De ‘beperkte ouderondersteuning’ speelde volgens de onderzoekers vaak een belangrijke rol bij het voortijdig schoolverlaten.
6. Herrieschoppers en Geruislozen
Wanneer voor jongeren die vaak herrie schoppen of ruzie maken op school bijtijds een ‘oplossing’ werd gevonden, zoals een opvangproject, werd daarmee voorkomen dat zij daadwerkelijk voortijdig schoolverlater werden.
7. Spanningsveld leren – werken
Diverse jongeren wilden, na allerlei problemen in het onderwijs, eigenlijk nog maar twee dingen: werken en geld verdienen.
8. Pestproblematiek: een onderschatte factor?
Een behoorlijk deel van de (bijna) voortijdig schoolverlaters bleek in het verleden gepest te zijn, meestal al op de basisschool en zich voortzettend in de latere schoolloopbaan. In de beleving van deze jongeren werd daar door de school weinig aan gedaan.
9. Helende tijdelijke uitval
Bij enkele geïnterviewde jongeren leidde de daadwerkelijke ‘Uitval uit het onderwijs’ tot het inzicht dat een diploma toch wel nuttig is als je een bepaald soort werk zoekt.
10. Softdrugs gebruik
Bij enkele voortijdig schoolverlaters constateerden de onderzoekers een fors softdrugs gebruik.

In een expertpanel zijn de 10 factoren doorgenomen op relevantie voor praktijk en beleid. Dit leverde een aantal aanbevelingen op, de belangrijkste zijn:
1. Tijdig signaleren. Versterking van het signalerend vermogen binnen het onderwijs, de zorgstructuur en de overgang tussen onderwijssectoren;

2. Aandacht voor de “geruislozen”. Jongeren met problemen die ze internaliseren geven geen overlast, maar kunnen gemakkelijk uit het onderwijs “verdwijnen”;

3. Meer aandacht voor de behoefte aan hechting en gekend worden van jongeren. Dit begint binnen het reguliere onderwijs, maar geldt ook voor de zorg en de opvangstructuren.

Tijdig signaleren en aandacht. Hier wordt het belang weer eens onderstreept van een goede begeleidings- en zorgstructuur op de scholen. Gelukkig hebben veel scholen dit inmiddels goed georganiseerd. Zij hebben bijvoorbeeld de loopbaanbegeleiding (die zich echt op het leertraject richt) en de tweede lijns zorg en de externe hupverlening van elkaar gescheiden. Dit schept zowel voor de leerling als de docenten duidelijkheid over de vraag wanneer de loopbaanbegeleiding eindigt en de zorg begint.

Laten we hopen dat het onderzoek van Oberon helpt bij het tijdig onderkennen van risicosituaties en bijdraagt aan het voorkomen van voortijdige schooluitval.

Stuur door naar een relatie

Reageer

(zal niet zichtbaar zijn)

Als u uw reactie geplaatst heeft kunt u de reactie nog 30 minuten aanpassen. Klik hiervoor op "Bewerk reactie".

Vorige artikel:
Volgende artikel:

Laatste reacties

eventbuzz

CONSULTING SKILLS

Training | Associatie voor OrganisatieOntwikkeling

Doel van Consulting Skills is de deelnemer meer inzicht te geven in zijn/haar functioneren als adviseur en de individuele adviesvaardigheden te verbreden en te verdiepen. Wat gaat goed? Wat kan...

ManagementSite Netwerk

Over Zapgeneratie.nl

Onderwijs en werk: best en bad practices. Voor iedereen die te maken heeft met de Zapgeneratie.