Werknemers met een vmbo- en mbo-vooropleiding nemen nauwelijks deel aan cursussen en trainingen

Kennisbank onderwerpen: Onderwijs, Zapgeneratie

De Onderwijsraad vroeg de Open Universiteit begin december 2011 om een aanvullend onderzoek uit te voeren naar het gedrag en deelname van vmbo’ers en mbo’ers aan postinitieel leren in Nederland. Prof. dr. Paul A. Kirschner, hoogleraar onderwijspsychologie (CELSTEC en NeLLL), prof. dr. Marjolein Caniëls, hoogleraar Lerende Organisaties (faculteit Managementwetenschappen), en Monique Bijker MSc, docent bij CELSTEC hebben het onderzoek uitgevoerd. Het rapport werd in februari aan de

Onderwijsraad gepresenteerd en heeft gediend als aanvulling op het advies ‘Over de drempel van postinitieel leren’ dat de Onderwijsraad 26 juni 2012 aan de Tweede Kamer heeft uitgebracht over leven lang leren en de omgang met tweedekansonderwijs.

Informeel leren

Centrale vraag van het onderzoek was: hoe kunnen we er met behulp van postinitieel leren voor zorgen dat laag opgeleiden duurzaam inzetbaar worden en blijven op de arbeidsmarkt. Postinitieel leren kan plaatsvinden via cursussen en trainingen, het zogenaamde non-formeel leren. Maar ook via informeel leren: leren van collegas en via netwerken.

Conclusies

Het onderzoek stelde vast dat informeel leren erg belangrijk is voor de inzetbaarheid van werknemers. Ook zelfsturing, dus het vermogen om zelf initiatieven te nemen (proactiviteit) leidt tot een grotere inzetbaarheid. Vmbo’ers zijn echter minder goed in staat om proactief te zijn op de werkplek. Bovendien zijn ze minder sociaal vaardig in hun contacten met collega’s binnen de eigen organisatie en ook niet bedreven in het benutten van netwerken buiten de organisatie. Ze kunnen dus minder goed informeel leren. Mboers zijn iets beter op het vlak van zelfsturing, maar zij zijn ook onvoldoende bedreven in het benutten van netwerken buiten de organisatie als bron voor hun werkplekleren. Daarnaast blijken de vmbo’ers en mbo’ers ook nog eens zeer weinig deel te nemen aan cursussen of trainingen. Dit alles vormt een groot risico voor hun inzetbaarheid. Toch zijn met name vmboers bovengemiddeld gemotiveerd om aan hun loopbaan te werken.

Aanbevelingen

Op basis van de resultaten doen de onderzoekers een aantal aanbevelingen aan zowel het onderwijs als het bedrijfsleven. Doel is het postinitiële leren van werknemers met lagere vooropleidingen te optimaliseren. De onderzoekers raden het onderwijsveld onder andere aan om de werkplekstructuren in het vmbo-onderwijs te herontwerpen, zodat de leercontext beter uitdaagt tot zelfsturend en proactief gedrag. Maar ook om de docenten te professionaliseren, zodat zij de leerlingen de juiste ondersteuning kunnen geven bij het aanleren van zelfsturing en het benutten van netwerken. Onderwijs en bedrijfsleven zouden moeten samenwerken aan een programmatisch loopbaanbeleid voor deze groep werknemers waar het volgen van cursussen en trainingen structureel deel van uitmaakt. Er zou bijvoorbeeld door de MBO Raad gesproken kunnen worden met sectoren, branches en werkgeversorganen over het verhogen van het leerpotentieel van werkplekken en het formuleren van een loopbaanbeleid voor deze groep werknemers. Dit niet alleen in het belang van de werknemers, maar ook met het oog op de rendementen van de betrokken sectoren en organisaties zelf.

Stuur door naar een relatie

Reageer

(zal niet zichtbaar zijn)

Als u uw reactie geplaatst heeft kunt u de reactie nog 30 minuten aanpassen. Klik hiervoor op "Bewerk reactie".

Vorige artikel:
Volgende artikel:

Laatste reacties

ManagementSite Netwerk

Over Zapgeneratie.nl

Onderwijs en werk: best en bad practices. Voor iedereen die te maken heeft met de Zapgeneratie.