De onbereikbare hoeksteen van de samenleving
Het zal bijna niemand ontgaan zijn dat in een deel van Nederland de zomervakantie is begonnen. De meeste mensen konden niet wachten. Sommige ouders met kinderen waren al eerder op schiphol gesignaleerd. Nog even een laatste rapportenvergadering en dan snel de spullen pakken. Ik denk dat bij sommige scholen de partner al op de hoek stond, gereed om te vertrekken. Vroege files op vrijdag waren het gevolg. De maatschappij draait op volle toeren. We zitten met z’n allen in een achtbaan. Niets is ook maar een week hetzelfde. Kijk maar naar
De school als hoeksteen van de samenleving vervult deze rol niet in 52 weken, maar in circa 40 weken. Dit terwijl de maatschappij toch 52 weken, 24 uur, 7 dagen op toeren is.
Kan dit nog? Moeilijk vraagstuk, omdat er natuurlijk ook goede redenen (zullen) zijn om zowel leerlingen als docenten onafgebroken vrij te geven. Toch wil ik de volgende punten even kwijt:
- Leerlingen melden zich steeds later aan bij een vervolgopleiding. Vaak zijn er in juni nog open dagen in het onderwijs. Wie doet de intake van de leerlingen die zich later aanmelden?
- In het MBO-onderwijs is stage een (wettelijk) verplicht onderdeel van de studie. In veel sectoren is de zomer juist de meest interessante periode om stage te lopen. Denk maar aan toerisme of horeca. Wie begeleidt deze leerlingen tijdens de zomervakantie als de school dicht is?
- Wie neemt de telefoon op, als de bedrijven iets willen vragen in het kader van de stage van de leerling?
- Waarom ontnemen wij leerlingen het recht op onderwijs tijdens de zomervakantie? Ik denk dat menig vmbo leerling, die doorstroomt naar het MBO echt geen interesse heeft in 11 tot 12 weken vakantie.
Ik zie ongetwijfeld nog veel zaken over het hoofd die er voor pleiten om kritisch naar de aaneengesloten periode van vakantie te kijken. Er zijn ongetwijfeld ook goede redenen die er juist voor pleiten een lange periode aaneengesloten vrij te zijn.
Wie heeft ze?




1 reactie op “Niets is zo (on)veranderlijk als het onderwijs?”
Je maakt naar mijn idee het onderwijs verantwoordelijk voor haar eigen starheid. Maar als je om je heen kijkt wordt het onderwijs door de hele maatschappij ook min of meer gedwongen om mee te doen aan het patroon van vakantie-vieren. Tot en met regering en parlement aan toe, die het druk hebben met het zomerreces.
Die onwrikbare structuur zit ook een beetje in seizoenen en – zonder zweverig te worden – ook in je eigen bioritme. Neemt niet weg, dat er meer flexibiliteit gewenst is voor groepen, die daar zelf ook aan toe zijn. Ik ben dan ook geneigd om het onderwijs in de bijzondere tijd, die zomervakantie heet, te besteden aan bijzondere onderwijsactiviteiten voor bijzondere groepen deelnemers. (denk aan summercourses, bijscholingstrajecten, speciale "open universiteits-achtige" activiteiten e.d.)