Puberbrein
Nog niet zo lang geleden ging de wetenschap ervan uit dat het brein van de mens pas volgroeid was op twaalfjarige leeftijd. Op dit ogenblik is onder meer met behulp van MRI-scans vast komen te staan dat de ontwikkeling van de hersenen doorloopt tot na het 20ste levensjaar. Tot je 25e! In de vroege en late puberteit vinden de grootste veranderingen plaats, vooral in de voorste hersendelen. Dit gebied van de hersenen heeft alles te maken met de plannings- en
controlefuncties. Als dit gedeelte van de hersenen nog niet goed tot ontwikkeling is gekomen dan is iemand niet of moeilijk in staat om:
- prioriteiten te stellen
- bepaalde doelen te halen door zelf initiatieven te nemen
- de gevolgen te overzien van het eigen handelen en daarmee dus ook de mogelijkheid om zich voor te unnen stellen wat zijn gedrag voor gevolgen heeft voor een ander of voor de maatschappij
- impulsieve neigingen te onderdrukken
- emoties in bedwang te houden
- keuzes te kunnen maken op grond van rationele, sociale en emotionele criteria
- te anticiperen op acties van anderen, zowel op korte als op lange termijn.
Vroege adolescentie
Om in dit ideale stadium aan te komen, doorloopt het puberbrein drie fasen.
De eerste fase, de zogeheten vroege adolescentie, loopt van ongeveer 10 tot 15 jaar – het begin en de eindtijd verschilt per kind. In deze fase worden kinderen beïnvloed door hormonen én door het proces van de hersenrijping. Kinderen zijn door dit hele proces verhoogd emotioneel en reageren gevoeliger op allerlei zaken. Tegelijkertijd zijn ze erg gericht op het bevredigen van hun directe behoefte. Ze zoeken een smaaksensatie, een emotionele sensatie, een lichamelijk sensatie en ze willen alles het liefst hier en nu beleven. Zin in chocola betekent: nu een Mars kopen!
Middel-adolescentie
In de tweede fase, de middel-adolescentie die loopt van ongeveer 14 tot 16 jaar, zijn pubers geneigd om veel risico’s te nemen: ze willen graag dingen doen die hen een gevoel van sensatie geven en letten daarbij niet op de consequenties van hun gedrag.
Late adolescentie
In de derde fase, de zogenoemde late adolescentie die loopt van 16 tot ongeveer 22 jaar, vindt het integratieproces plaats. Dat zorgt er uiteindelijk voor dat mensen complexer gedrag kunnen gaan vertonen. De adolescenten leren geleidelijk aan meer rekening te houden met de sociale en emotionele gevolgen van hun gedrag, maar ook met de lange-termijn-effecten. Deze hele ontwikkeling gaat gepaard met een verfijning van de organisatie in het brein. Dat heeft uiteindelijk tot gevolg dat de jong volwassene steeds meer grip krijgt op zijn eigen doen en laten en in staat is weloverwogen keuzes te maken, zichzelf te evalueren en zonodig zijn gedrag aan te passen aan de geldende sociale norm.
De ontwikkeling van het brein geeft ons vandaag de dag meer inzicht in de ontwikkeling van het kind.




1 reactie op “Puberbrein”
Aha, nu is eindelijk wetenschappelijk bewezen wat ouders allang wisten: pubers gebruiken hun hersenen niet of anders dan echte mensen