Het probleem van de zwarte scholen staat al een aantal jaren hoog op de politieke agenda. Terwijl vijftien procent van de tieners in Nederland een niet-westerse achtergrond heeft, is op de meeste scholen het overgrote deel autochtoon. De allochtone tieners zie je vooral terug op een klein aantal scholen in de grote steden. De scheiding tussen zwarte en witte scholen, ook wel etnische segregatie genoemd, wordt vaak als obstakel gezien voor integratie.
Er zijn twee belangrijke theorieen over culturele integratie getoetst. De eerste theorie is het onder de loep nemen van de assimilatietheorie. Deze theorie gaat ervan uit dat vriendschappen tussen tieners van verschillende etnische groepen zorgen voor het vervagen van culturele grenzen. Hoe meer leden van een etnische groep er in je klas zitten, hoe meer kans dat je vriendschap met hen sluit, hoe meer kans dat je andere culturele gebruiken overneemt. Hoe meer vertegenwoordigers van je eigen groep in de klas zitten hoe meer anderen gebruiken van jou overnemen.
De tweede theorie
De theorieen lijken tegenover elkaar te staan maar ze hebben een belangrijke overeenkomst: beiden hechtten veel belang aan de etnische samenstelling voor integratie.
Over de grenzen
Culturele grenzen in de klas blijken scherp als het gaat om taal en vaag als het gaat om popmuziek. De zwarte hiphop bijvoorbeeld blijkt geen onderscheidende functie te hebben: iedereen luistert ernaar. Opvallend is dat de culturele grenzen van de Turkse groep veel minder scherp zijn dan de grenzen van de Marokkaanse groep. Dat terwijl vaak wordt gesteld dat de Turkse groep slecht geintegreerd is.
Scheldwoorden
Uit een andere taal nemen jongeren vooral woorden over die kwetsend of onbeschoft zijn. Ondanks die harde inhoud van de woorden duidt de overname van woorden vaak wel op vriendschappelijke banden met leden van de etnische groep die die taal spreekt. Leerlingen die Marokkaanse of Turkse vrienden hebben nemen sneller een Marokkaans of Turks accent over dan anderen. Overname van een Antilliaanse of Surinaams accent maar is niet afhankelijk van vriendschap.
Status in de klas blijkt uit onderzoek niet sterk beinvloed te worden door etniciteit. Wel hebben allochtonen een iets hogere status in klassen met meer allochtone leerlingen. Dit is volgens mij niet zo verassend omdat allochtone leerlingen over het algemeen meer begrip zullen hebben voor kenmerken van hun eigen etnische groep en misschien ook wel voor andere allochtone groepen. Wel verassend is dat Turkse jongeren een lagere status worden toegekend als er meer allochtone klasgenoten zijn. Dit zou verklaard kunnen worden doordat andere allochtonen de Turkse groep gebruiken om zichzelf tegen af te zetten.
Discriminatie
Autochtonen hebben over het algemeen maar weinig allochtone vrienden onder hun klasgenoten, terwijl allochtone jongeren ongeveer evenveel bevriende autochtone als allochtone klasgenoten hebben. Betekent dit dat autochtonen meer discrimineren? Helemaal niet. Ze discrimineren zelfs veel minder tussen hun autochtone en allochtone klasgenoten dan allochtone jongeren. Autochtonen zitten gewoon vaker in minder diverse witte klassen waardoor ze minder vriendschappen sluiten met allochtonen.
Integratie
Hoeveel invloed heeft de etnische samenstelling van een klas nu op culturele integratie? Hoe groter een groep, hoe meer leden van die groep vasthouden aan de eigen cultuur en hoe meer anderen die cultuur overnemen: assimilatie dus.
De etnische samenstelling van een klas beinvloedt de status van etnische groepen ook. Als een etnische groep veel meer leden heeft dan de andere, heeft zij vaak ook een hogere status in de klas. Culturele integratie blijkt volgens mij echter los te staan van de status die etnische groepen hebben. Hogere status of niet, de grootste groep dwingt gelukkig de kleinere niet zomaar haar gebruiken en mening op.



