Over talentontwikkeling en politiek
1. Niet zo gek, dat heel veel leerlingen/ studenten bijbaantjes vervullen. Het uitgavenpatroon van Zaps kan niet zonder een aanvulling van de inkomsten (uit studiefinanciering). En het bijna ondenkbaar dat onze maatschappij nog draait zonder de parttime arbeidskracht, die Zaps leveren.
+
2. Er is ook een andere kant van die medaille:
Wie zijn oor te luisteren legt bij het bedrijfsleven, hoort niet anders als een ”roep om werknemers met praktijkervaring in hun bagage”. Als starter op de arbeidsmarkt moet je kunnen laten zien welke “relevante werkervaring” je achter de rug hebt.
=
3 ……………. Jammer, dat geen van de direct betrokken partijen hierin méér brood zien!
De Zap, die een paar centen bijverdient, heeft nog onvoldoende idee hoe het mes aan twee kanten zou kunnen snijden: het verdient leuk, da’s belangrijk! Maar als de leerling selectiever zou zijn bij de keuze van de bijbaan, dan zou het ook voor zijn beroepspraktijkervaring een heel goede aanwinst bijdrage zijn. Staat goed op iedere CV!
En ook de andere partij kan hier goed garen bij spinnen. Het bedrijfsleven moet dit soort werknemers koesteren. Het is het toekomstig talent voor de eigen onderneming.
En dan is er nóg een partij, die individuele initiatieven van leerlingen moet waarderen: het onderwijs. Competentiegerichte beroepsopleidingen voorzien in praktijkgeschoolde werknemers. Zowel leerlingen als bedrijfsleven ervaren leren in de praktijk als een effectieve manier van opleiden. Dan is ook de ervaring die een bijbaantje oplevert een bijdrage aan de opleiding van de jongere. Dit moet kunnen leiden tot individuele aanpassing van opleidingstrajecten. Doel: voorkomen, dat een leerling 2x hetzelfde moet doen en verdere ontwikkeling van het individuele talent. Dit aspect zou onderdeel moeten kunnen worden van competentiegerichte opleidingen.
Ik ben er van overtuigd, dat het onderwijsveld een belangrijke taak kan vervullen bij de ontwikkeling van talenten, juist binnen competentiegericht opleiden. Er ligt één gevaar op de loer: de politiek
Het rapport van de Commissie Dijsselbloem wordt – 2 maanden na het verschijnen van het rapport (het is al bijna achterhaald!) – deze week in de 2e kamer besproken. Ik krijg het warm als ik eraan denk op welke wijze in dit rapport onderwijsvernieuwing is weg-geschreven, inclusief competentiegericht onderwijs. Het competentiegericht onderwijs wordt hardop ter discussie gesteld!
Hopelijk houdt de kamer zich aan het voornemen om zich als politiek niet te bemoeien met het onderwijs.
Ik wens de 2e kamer en de commissie Dijsselbloem in de komende week heel veel wijsheid!




1 reactie op “Hoe suf is een bijbaantje?”
Voortekenen bedriegen zelden. Als ik vandaag de Volksrant open sla lees ik: "Kamer twijfelt aan nieuw leren MBO". De verplichte invoering voor 2010 staat op losse schroeven.
Dus dat belooft weinig goeds.